Samenstelling en omvang van het college

Geplaatst op

Beste leden en lezers van de site van Lokaal Dinkelland.

De heer Frank Kerckhaert heeft zijn informatieperiode afgerond.
Zijn bevindingen vindt u weergegeven in onderstaand stuk.

Het proces van coalitievorming CDA/VVD gaat nu beginnen.
Maar ook het reguliere raadswerk gaat gewoon door.

Wij zullen ons blijvend inspannen om voor u als inwoner van de gemeente Dinkelland dat te bereiken dat wij u in ons partijprogramma hebben gepresenteerd.

Natuurlijk zijn wij altijd voor u bereikbaar, want wij staan midden in de samenleving.
Bel of mail ons, of maak eveneen afspraak voor de donderdag avond.

Mvrgr
Fractie- en commissieleden Lokaal Dinkelland”

========================================================

Informatie fase 2
Door: Informateur Frank Kerckhaert; 10 april 2018

Inleiding

Nadat de zes fracties in de gemeenteraad van Dinkelland op 3 april 2018 een gezamenlijke strategische agenda van 9 punten hebben opgesteld ben ik als informateur aan de slag gegaan met de verkenning van de mogelijkheden voor de collegevorming in de gemeente Dinkelland. Ik heb daartoe opnieuw afzonderlijke gesprekken gevoerd met fractie-vertegenwoordigers van alle zes fracties. In de gesprekken zijn steeds bij alle fracties dezelfde vragen gesteld en is daarvoor ook ruim de tijd genomen. Alle denkbare mogelijkheden van coalitievorming zijn onderzocht. Voor- en nadelen, mogelijkheden en onmogelijkheden zijn ter tafel gekomen. Ik heb soms diep doorgevraagd om zoveel mogelijk zekerheid te verkrijgen over de opvattingen van de fracties.

Alle fracties zijn bereid gebleken om in verregaande mate opening van zaken te geven. Het is mij opgevallen hoe groot de inzet bij alle fracties is om in deze komende bestuursperiode 2018-2022 een beter resultaat te boeken qua onderling politieke debat en qua bestuursstijl. Ik dank de zes fracties voor deze inzet en uiteraard ook voor de interessante en waardevolle gesprekken die ik met alle fractievertegenwoordigers mocht voeren. 

De 3 hoofdvarianten voor de collegevorming in Dinkelland

Er is naar mijn oordeel geen aanleiding en het is door niemand voorgesteld om tot een minderheidscollege te komen. Die variant heb ik dan ook niet onderzocht.

De verkiezingsuitslag leidt tot de onontkoombare conclusie dat er in theorie 3 hoofdcombinaties mogelijk zijn om een meerderheidscoalitie te vormen n.l.

  1. De 2 grote fracties CDA en LD gaan samenwerken in een college, al dan niet aangevuld met 1 of meerdere andere fracties
  2. De grootste fractie CDA continueert de samenwerking met de VVD, al dan niet aangevuld met 1 of meer éénpersoonsfractie(s)[1]
  3. De 2de grootste fractie LD gaat een nieuwe samenwerking aan met de VVD, aangevuld met 1 of eventueel meer éénpersoonsfractie(s)

Variant 1: Breed afspiegelingscollege CDA+LD(+), waaraan de beide grote fracties CDA en LD deelnemen, eventueel nog aangevuld met andere fractie(s)  (CDA+LD; of CDA+LD+VVD; of CDA+LD+éénpersoonsfractie; of
CDA+LD+VVD+groepsvertegenwoordiger van meerdere éénpersoonsfracties)
De coalitie heeft in deze variant 1 minstens 15 zetels, eventueel toenemend tot zelfs alle 21 zetels.
De oppositie is in deze variant beperkt tot maximaal 6 zetels tot zelfs geheel afwezig. Variant 2: Voortzetting van CDA+VVD(+) ;eventueel nog aangevuld met andere éénpersoonsfractie(s)
(CDA+VVD; of CDA+VVD+éénpersoonsfractie: of CDA+VVD+groepsvertegenwoordiger van meerdere éénpersoonsfracties)

De coalitie heeft in deze variant 2 net de meerderheid met 11 zetels, eventueel toenemend tot 12-14 zetels. De oppositie telt in deze variant 10 zetels, eventueel iets minder tot minstens 7 zetels. Variant 3: Collegewijziging naar LD+VVD+1P(+) met 1 aanvulling via een éénpersoonsfractie, eventueel nog verder aangevuld met andere éénpersoonsfractie(s)

(LD+VVD+éénpersoonsfractie: of LD+VVD+groepsvertegenwoordiger van meerdere éénpersoonsfracties)
De coalitie heeft in deze variant 3 net de meerderheid met 11 zetels, eventueel toenemend tot 12-13 zetels. De oppositie  telt in deze variant 10 zetels, eventueel iets minder tot minstens 8 zetels.

De omvang van het college.
Dinkelland heeft een gevarieerde ervaring voor wat betreft het aantal wethouders in een college. Sinds de herindeling begin deze eeuw zijn er colleges geweest met 3, 4 of 5 wethouders, waarvan enkelen een parttime aanstelling hadden.

Alle raadsfracties vinden 5 wethouders te veel van het goede; dat zou toch niet meer dienen te gebeuren. De meeste steun is er te vinden voor een college-omvang van 3 wethouders of eventueel 4, maar dan zou via een deeltijd-formule de kosten toch duidelijk minder dienen te zijn dan 4 volledige wethoudersalarissen.

Een enkele fractie opperde de mogelijkheid van een college met 2 wethouders, naar hun idee mogelijk passend bij de maximale vorm van variant 1: een afspiegelingscollege van de gehele raad van 21 personen. In deze gedachte zou de gehele raad gezamenlijk op zoek kunnen gaan naar een 2tal voor eenieder acceptabele personen, zo nodig van buiten de raad, die als wethouder benoemd zouden kunnen worden. Omdat slechts één fractie met een dergelijk vergaand voorstel is gekomen, heb ik deze mogelijkheid voor deze komende bestuursperiode niet haalbaar geacht.

Het is mij tenslotte gebleken dat alle fracties hebben nagedacht over het eventueel deelnemen aan het college en dus het leveren van 1 of 2 wethouders. Alle partijen zijn in staat om daarvoor personen aan te dragen die de steun van hun partij hebben of kunnen krijgen.

De afwegingen om tot een college te komen

Zoals ik in mijn eerste brief aan de fracties had aangegeven, heb ik bij het afwegen van alle mogelijkheden voor collegevorming als criteria bij de afwegingen gebruikt:

  • Voldoende steun in de raad
  • Grote mate van onderling vertrouwen
  • Inzet en oog voor een goede en open samenwerking met de gehele raad.

Eerste hoofdvariant: Is CDA+LD(+) een mogelijkheid? 

Het eerste beslissende punt voor de collegevorming in Dinkelland is of de beide grote fracties CDA en LD met elkaar willen en kunnen samenwerken in het college of niet.

Die vraag heb ik daarom expliciet opgenomen in mijn onderzoek en ik heb daar op vele manieren naar gevraagd bij alle fracties.

Het is mij duidelijk geworden dat een grote meerderheid van de fracties vindt dat de tijd nog niet aangebroken is om met vertrouwen de onderlinge samenwerking tussen CDA en LD binnen een college tegemoet te treden. Dat vertrouwen moet van beide kanten komen en geloofwaardig zijn. Door LD is die wil tot samenwerking expliciet uitgesproken. LD wil zich inzetten om tot een betere verhouding te komen en een hernieuwde samenwerking met het CDA aangaan. Het CDA vindt deze stap op dit moment echter nog omgeven met te veel onzekerheid. Het vertrouwen dat deze samenwerking stand zal houden is naar het gevoelen van de gehele fractie te broos. Het CDA heeft wel duidelijk aangegeven zich te realiseren dat deze situatie niet jarenlang kan en mag blijven bestaan. Het CDA voelt zich daarom ook medeverantwoordelijk om de verhoudingen met LD en overigens ook met alle fracties, in de komende periode echt te verbeteren.

Omdat ook vanuit andere fracties in verschillende bewoordingen werd gesteld dat een samenwerking CDA+LD op dit moment in meer of mindere mate onzekerheid met zich mee brengt voor wat betreft het onderlinge vertrouwen, kan mijn conclusie geen andere zijn dan dat deze combinatie CDA+LD nu niet aangewezen is om een college te vormen. Ook niet als dat zou worden aangevuld met andere fractie(s). De basis voor een voldoende mate van onderling vertrouwen is (nog) niet aanwezig en dat betekent dat een van de drie criteria niet kan worden vervuld. Hiermee ontvalt de basis aan variant 1.  Als het niet kan slagen om de beide grote fracties tegelijk in een college te krijgen, gaat het òf om een college met (tenminste) CDA en VVD, òf een college met (tenminste) LD en VVD en 1 éénpersoonsfractie.

Tweede of derde hoofdvariant: Een meerderheidscoalitie met CDA/VVD(+) of LD/VVD/1P(+)?

De VVD neemt een sleutelpositie in bij de afweging van deze 2 hoofdrichtingen voor collegevorming. De VVD heeft aan mij helder aangegeven er in hun fractie sterk gehecht wordt aan voortgaande samenwerking CDA+VVD in een coalitie. Ook het CDA zelf staat daar heel positief tegenover. De wederzijds positief beoordeelde ervaringen in de afgelopen periode van 1,5 jaar, het uitgesproken onderlinge vertrouwen in de consistentie van de politieke koers èn in de personen, hebben mij de overtuiging gegeven dat er een grote mate van onderling vertrouwen bestaat tussen deze 2 partijen.  Ook andere partijen, waaronder ook LD, hebben dat onderlinge vertrouwen tussen CDA en VVD waargenomen en onderkennen het belang ervan. Dat de combinatie CDA+VVD daarom eerder voor de hand ligt dan de combinatie LD+VVD+1P is voor alle andere partijen, incl. LD zelf, een logische stap. Daarmee is variant 2: voortzetting CDA+VVD (+) de basis voor de verdere verkenning.

Invulling Tweede hoofdvariant: Hoe ziet die coalitie eruit en hoe wil zij met de raad samenwerken?

Voortzetting van de coalitie CDA+VVD heb ik verder bezien vanuit de twee andere criteria die ik aangegeven heb.

Voortzetting van de huidige coalitie CDA-VVD steunt op de minimale meerderheid in de raad van 11 zetels. Daarmee wordt aan het criterium voldaan, al is het uiterst minimaal. Daarom heb ik extra doorgevraagd op de mogelijkheden van uitbreiding met één of meerdere éénpersoonsfractie(s).  Elke éénpersoonsfractie heeft bij mij gemeld dat ze bereid en in staat is toe te treden (onder voorwaarden, uiteraard) om daarmee ook de coalitiemeerderheid iets ruimer te maken. Een van de éénpersoonsfracties suggereerde nog om de mogelijkheid te bezien dat de 3 éénpersoonsfracties gezamenlijk met 1 wethouder zouden kunnen komen om zodoende tot een nog ruimere meerderheid te komen. Deze gedachte was pas recent opgekomen en nog niet met anderen besproken. Bij de twee andere éénpersoonsfracties is deze gedachte ook niet naar voren gebracht, zodat de realiteitswaarde ervan door mij niet hoog wordt ingeschat, althans niet op redelijk korte termijn.  Blijft dus over de afweging tussen een coalitie CDA+VVD met 11 zetels en een coalitie CDA+VVD+éénpersoonsfractie.

In de gesprekken zijn voor mij geen overtuigende argumenten naar voren gekomen die ervoor pleiten om juist specifiek D66 of nieuwkomer GL of PvdA als extra partij in de coalitie op te nemen. In theorie zou dat elk van de partijen kunnen zijn.

De fracties van CDA en VVD hebben mij aangegeven dat ze het beperkte voordeel zien van één stem meer in de raad, maar ook het nadeel laten wegen van te voorziene programmatische obstakels en een lastiger verdeling van wethoudersposten. Het verschil tussen 11-10 of 12-9 in de verhouding coalitie-oppositie is er wel, maar is voor hen niet doorslaggevend. De coalitie CDA-VVD heeft in hun ogen een net voldoende meerderheid en kan met 3 wethouders (2 CDA en 1 VVD) het bestuurswerk prima verdelen. Met de burgemeester erbij kan deze samenstelling in de ogen van beide fracties de collegetaken goed aan.

Omdat de getalsmatige steun in de raad minimaal is, heb ik beide partijen sterk bevraagd op de manier waarop zij als coalitie dan met de gehele raad willen gaan samenwerken.

Beide partijen hebben ieder in eigen bewoordingen mij aangegeven dat ze willen werken vanuit een tweetal voornemens:

  • Een frisse, op vertrouwen gebaseerde omgang met elkaar in de coalitie die ook ruimte laat en ruimte biedt; daarbij houdt men zich onderling wel aan gemaakte afspraken, maar laat daarnaast ook onderwerpen vrij en vertrouwt men op goede en tijdige onderlinge communicatie.
  • Een open houding en werkwijze naar de gehele raad, naar alle fracties, teneinde de gehele raad goed en tijdig te betrekken bij de beleidsvorming en besluitvorming. Het streven zal gericht blijven op het verwerven van een groter draagvlak dan alleen de coalitie. Deze smalle coalitie zal, zo is mij gebleken, er alles aan doen om zo min mogelijk te blijven steken in 11-10 debatten.

Eindafweging

De criteria voor de collegevorming leiden mij tot de eenduidige conclusie:

Door de fracties van CDA en VVD dient een college gevormd te worden met 3 wethouders (2 CDA en 1 VVD). Door deze beide fracties dient een collegeprogramma opgesteld te worden voor de bestuursperiode 2018-2022. Bij het opstellen dient de gezamenlijke strategische agenda van de gemeenteraad (d.d. 3 april 2018) in ieder geval opgenomen en deels verder ingevuld en desgewenst aangevuld te worden. En, bovendien dient het formatieproces zodanig vormgegeven te worden dat de andere raadsfracties de gelegenheid krijgen om inhoudelijk bijdragen te leveren en suggesties te doen. Daarnaast zullen de formerende partijen de andere raadsfracties actief dienen te informeren over de voortgang van de formatie. 

Frank Kerckhaert

Informateur

[1] De mogelijke variant CDA+ de 3 éénpersoonsfracties is niet voorgesteld en heb ik buiten beschouwing gelaten

Reacties zijn gesloten.