Besturen met betrokkenheid

Nieuw perspectief op besturen
In dit collegeprogramma hebben wij een aantal belangrijke demografische en sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen beschreven. Deze ontwikkelingen zijn dermate ingrijpend dat een nieuw bestuurlijk perspectief vereist is. De verzorgingsstaatgedachte waarbij de overheid de problemen oplost is niet meer houdbaar en wordt maatschappelijk ook niet meer geaccepteerd. De vraagstukken kunnen alleen opgelost worden met behulp van de energie uit de samenleving. Dit vereist een andere rol van het bestuur. Onze rol zal zich meer verplaatsen van ‘zorgen voor’ naar ‘zorgen dat’, in een samenleving die primair functioneert op eigen kracht.

Wij realiseren ons echter ook dat de eigen kracht van de samenleving grenzen heeft. Inwoners, organisaties en bedrijven verschillen namelijk in motivatie, toerusting en (zelf-)vertrouwen. In onze bestuursstijl willen wij daar rekening mee houden. Niemand mag aan de kant blijven staan. Dit heeft tot gevolg dat wij voortdurend moeten differentiëren in bestuursstijl. Daarbij kunnen de volgende rollen worden onderscheiden: loslaten, faciliteren, stimuleren, regisseren en reguleren (overheidsparticipatietrap). Wij benadrukken dat voor ons niet één ideale of beste rol bestaat. Per situatie en per onderwerp zullen wij moeten bepalen én uitleggen welke rol voor ons nodig is. Besturen is wat ons betreft maatwerk!

Het bereiken van maatschappelijke effecten staat voor ons voorop. Hoe we die effecten bereiken en wie daaraan een bijdrage levert, is voor ons van secundair belang. Om goed te kunnen sturen op effecten maakt het college samen met de gemeenteraad gebruik van het instrument ‘programmamanagement’. Heldere beschrijvingen van de te bereiken effecten moeten de transparantie verhogen en stuur- en controlemogelijkheid vergroten.

Noaberkracht
Het sturen op effecten vereist ook een ambtelijke organisatie die daarop gefocust is. Wij verwachten dat de organisatie goed nadenkt over wat we willen bereiken en hoe we dat het beste kunnen doen. Van (beleids-)initiatieven die (te) weinig rendement opleveren, nemen we afscheid. Voor de organisatie geldt daarbij de participatietrap. Ook de interne ambtelijke- en bestuursprocessen moeten op hun effectiviteit beoordeeld worden. Het college verwacht dat het Noaberkrachtwerken een goede bijdrage kan leveren aan de focus op effecten.

Bij dit nieuwe perspectief op het gemeentelijk handelen hoort wat ons betreft ook absoluut dat nog kritischer gekeken wordt naar de dereguleringsmogelijkheden Een krachtige samenleving hoeft niet ‘dichtgereguleerd’ te worden. Het nut van regels en vergunningen moet door ons duidelijk uitgelegd kunnen worden.

Dienstverlening 
Het internet heeft een nieuwe dimensie aan dienstverlening en winkelen toegevoegd: bereikbaar wanneer het je uit komt en aan de deur bezorgd. Op dit vlak kan de gemeentelijke dienstverlening nog een aantal belangrijke slagen maken. Wij streven naar zo kort mogelijke doorlooptijden.

Vanuit deze filosofie zijn wij van mening dat zoveel mogelijk zaken digitaal geregeld moeten kunnen worden. Daar waar dat niet kan, komen wij zoveel mogelijk op afspraak bij de mensen thuis. Zo willen we werken aan het thuis afleveren van het paspoort en de WMO-intake gesprekken vinden zoveel mogelijk “aan de keukentafel” plaats. Ook op dit vlak verwachten wij veel van het Noaberkrachtwerken.

Samenwerking Tubbergen
De samenwerking met de gemeente Tubbergen is voor het college een vaste basis. In deze collegeperiode moet de werkorganisatie Noaberkracht de beoogde voordelen opleveren onder de afgesproken voorwaarden. Een eventuele intensivering van de samenwerking is voor ons afhankelijk van de baten die dit met zich mee brengt maar zeker ook van het maatschappelijk draagvlak. Op dit punt zullen wij ‘de vinger aan de pols houden’.

Verdere regionale samenwerking
Voor andere samenwerkingsvormen dan Noaberkracht geldt voor ons het uitgangspunt: “lokaal wat kan, bovenlokaal wat moet”. Voor nieuwe samenwerkingsallianties richten wij ons met name op Noordoost Twente en de Twentse plattelandsgemeenten.
De Regio Twente verliest haar ‘plus-taken’. In de heroriëntatie op de toekomstige samenwerking in Twente vinden wij dat de regio zich moet beperken tot de verplichte samenwerking op het gebied van veiligheid en gezondheid. Verdere Twente-brede samenwerking zien wij vooral in de sfeer van afstemming en overleg. Daar waar dit leidt tot benodigde uitvoeringskracht, dan zijn wij voorstander van het onderbrengen bij één van de gemeentelijke organisaties. Democratische legitimatie, beheersbaarheid en efficiency zijn argumenten voor deze opstelling.

Financiën
Dinkelland heeft een traditie van een financieel solide beleid. Deze traditie willen wij in stand houden, hoewel dat geen eenvoudige opgave zal zijn. De nieuwe decentralisaties van Rijkstaken naar de gemeente gaan namelijk gepaard met aanzienlijke kortingen. Om een financieel gezonde toekomst te waarborgen, moeten we die taken uitvoeren binnen de budgetten die daarvoor meekomen. Uitgangspunt blijft voor ons een structureel sluitende gemeentelijke begroting. De lokale lasten willen wij trendmatig laten stijgen met de inflatiecorrectie. De toepassing van hondenbelasting vinden wij een onredelijk en inefficiënt instrument. Wij zijn dan ook van plan deze belasting af te schaffen met inachtneming van ons solide financiële beleid.

De economische malaise heeft ook in Dinkelland zijn sporen nagelaten. De historische boekwaarden van een aantal panden in gemeentelijk bezit kan door de marktsituatie niet meer gehaald worden. Deze zorg bestaat op onderdelen ook voor de grondcomplexen. Hiervoor moeten de betreffende reserves aangevuld te worden.

Incidentele meevallers worden in beginsel gebruikt voor de realisatie van de majeure projecten en voor het op peil houden van de reserves.

Leges
Voor gemeentelijke producten en diensten brengen wij kostendekkende leges in rekening. Efficiencyvoordelen die voorvloeien uit de totstandkoming van Noaberkracht willen we zoveel mogelijk vertalen in lagere legestarieven. Daarnaast willen we onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om de lastendruk door leges verder te verlagen. Wij denken hierbij aan het vervangen van vergunningen door meldingen en vergunningen voor een langere periode.