Economische kracht

Detailhandel / Woonvisie
De demografische ontwikkeling en de explosieve groei van internetshoppen gaat zijn impact hebben op het winkelaanbod in de verzorgingskernen. In omliggende gemeenten zijn de effecten daarvan nu al duidelijk te zien. Uit diverse onderzoeken blijkt dat alleen winkels met een bijzonder assortiment en/of bijzondere service op de lange termijn toekomst hebben. Voor de foodsector geldt dat kleinere specialistische winkels zich moeten concentreren in de nabijheid van supermarkten. Zonder goede strategie zullen de winkelstraten met leegstand te maken krijgen, waardoor de aantrekkelijkheid van de kern afneemt. Met de ondernemers willen wij een plan ontwikkelen dat leidt tot compacte en aantrekkelijke centra. Wij zijn ons er van bewust dat de uitvoering van een dergelijk plan een lange adem vergt.

Een combinatie van winkel en web-shop is voor veel segmenten een economische noodzaak. Daarnaast is er al langere tijd sprake van ‘branchevermenging’. Het traditioneel ingerichte planologische regiem is hier onvoldoende op voorbereid en werkt beknellend. Een nieuw perspectief op detailhandel, industrie en bijbehorende planologie is dan ook vereist.

Op het gebied van de woonvisie plaatsen wij de demografische ontwikkelingen centraal. Deze bieden geen ruimte voor ontwikkeling van nieuwe wijken en plannen. De verkoop van de huidige (en in voorbereiding zijnde) kavels is al een enorme opgave. Het college blijft hiervoor inzetten op flexibiliteit en aantrekkelijke prijzen.

De demografische ontwikkeling leert ons dat er een dubbele vergrijzing aan zit te komen: meer 65-plussers, maar ook fors meer 75-plussers. De bevolking van Dinkelland daalt met ruim 1.000 inwoners de komende 15 jaar terwijl in die zelfde periode het aantal huishoudens gaat stijgen met ongeveer 900. Door deze gezinsverdunning en vergrijzing ontstaat een behoefte aan kleinere wooneenheden die aantrekkelijk zijn voor de nieuwe ouderen. Deze groep is digitaal goed ontwikkeld waardoor nieuwe vormen van ondersteuning mogelijk worden.

Het college wil de ontwikkeling van de woonvisie en de detailhandel combineren. Een compact centrum met in de periferie kleinere woonunits die met name geschikt zijn voor de ‘nieuwe’ ouderen en voor startende jongeren.

Recreatie en toerisme
De recreatief-toeristische sector groeit nog steeds in Dinkelland. Uit onderzoek blijkt dat met name de meer creatieve en vernieuwende vormen van toerisme hiervoor zorgen. Het college wil dan ook deze vormen van vernieuwing en kwalitatieve impulsen stimuleren. De planologische mogelijkheden worden daar waar mogelijk in dit kader verruimd en de aanvraag van vergunningen vereenvoudigd.

De toerist vindt ons landschap prachtig. We moeten dit ook dan vooral zo houden. Een verdere investering in nieuwe toeristische infrastructuur is op voorhand niet nodig. In plaats daarvan wil het college vooral zijn energie inzetten op verbetering van de verbindingen tussen toeristische ondernemers.

Dit moet leiden tot attractievere arrangementen en meer beleving. Het project ‘Art en spirit’ is daar een mooi voorbeeld van. Op dit punt zijn natuurlijk de ondernemers aan zet.

Ook de grensoverschrijdende toeristische samenwerking verdient een impuls. Ook op dit vlak wil het college inzetten op verbinding. De contacten met Nordhorn (en Grafschaft Bentheim) worden in dit kader aangehaald. Intensivering van de contacten met Nordhorn biedt ook kansen op het gebied van economische- en veiligheidsvraagstukken.

Landbouw
De landbouw is en blijft voor Dinkelland een belangrijke economische drager. De toekomstbestendigheid van de landbouw is afhankelijk van de mogelijkheden tot schaalvergroting. Actieve boeren moeten kunnen blijven investeren. Dinkelland kent echter een onevenredig groot aantal Natura 2000-gebieden die elkaar zodanig beïnvloeden, dat landbouwbedrijven door onder meer stikstofproblematiek en onevenredige grondclaim niet of nauwelijks kunnen doorontwikkelen. Wij zijn dan ook van mening dat op dit punt de grenzen van de natuurbescherming zijn bereikt. Vanuit deze constatering zijn wij bereid om een actieve rol te spelen in de uitwerking van het provinciaal akkoord ‘Samen werkt beter’, mits er voldoende ontwikkelruimte op Dinkellands grondgebied ontstaat, de oplossingen binnen de natuurgebieden zelf worden gerealiseerd en mits er voldoende draagvlak is binnen de agrarische sector. Alle regionale, provinciale en landelijke beïnvloedingsmogelijkheden zullen wij hiervoor inzetten.

De schaalvergroting in de landbouw wordt verder beperkt door het landschap. Het college streeft naar behoud van het landschap en ziet in de cascobenadering een goede mogelijkheid om de hoge kwaliteit van ons landschap te waarborgen in combinatie met een vitale landbouw.

Het college maakt zich zorgen over de omvang van het aantal vrijkomende agrarische gebouwen. Het bestaande beleid, zoals de afgelopen 4 jaren ontwikkeld, is op dit punt ontoereikend. Bij een herziening van het beleid zal zeker gekeken worden naar de verruimingsmogelijkheden, waarbij ook onconventionele maatregelen onderzocht gaan worden.

Bijzondere ondernemers
De sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen en economische trends raken ondernemers in de meest brede zin. Niet alleen ondernemers in de detailhandel, maar ook agrarische en toeristische ondernemers en andersoortige bedrijven. Juist daarom willen wij meer ruimte bieden voor bijzondere initiatieven van ondernemers. Ons uitgangspunt is dat bijzondere initiatieven een bijzondere behandeling vragen; de ‘maatjas’-benadering. Beperkingen vanuit onze eigen regels moeten daarvoor zoveel mogelijk voorkomen worden. De inzet is telkens om uit te gaan van de kansen, in plaats van belemmeringen.

Luchthaven Twente
De gemeente Dinkelland heeft zich ten opzichte van de plannen rondom de luchthaven sinds 2006 positief-kritisch opgesteld. Belangrijke voorwaarden waren geen avond- en nachtvluchten, geen financiële bijdrage en een adequate oplossing voor de verkeersproblematiek van Deurningen. De regie voor de plannen lag en ligt bij de gemeente Enschede / ADT. Nu echter de planologische besluitvorming richting een finale gaat, moet Dinkelland haar (formele) verantwoordelijkheid nemen en de balans opmaken. Geconstateerd wordt dat de verkeersafwikkeling rondom Deurningen volstrekt onvoldoende geregeld is. Het college is als procedureel medeverantwoordelijke tot de constatering gekomen dat de onderbouwing van de plannen op de punten van Natura 2000, economische haalbaarheid en werkgelegenheid grote vraagtekens oproept. Daarnaast heeft het college met zorg kennis genomen van de ontbossing. Gelet op al deze factoren neemt het college zijn planologische verantwoordelijkheid en kan en wil hij het bestemmingsplan niet in procedure brengen.

Commanderie
Al geruime tijd wordt er met twee particuliere investeerders gewerkt aan de ontwikkeling van het Commanderie-project. De realisatie van een Commanderiegebouw en een voorplein met brasserie, brouwerij en ruimte voor commerciële functies staan daarin centraal. Daarnaast is er ruimte voor bijpassende woningbouw, vergroting van de stadsweide en meer plek voor het openluchtmuseum. Het college ziet het plan als een geweldige impuls voor de toeristische aantrekkingskracht van Ootmarsum. Nu de realisatiefase aanstaande is, houdt het college de vinger aan de pols ten aanzien van het uitgangspunt budgetneutraliteit in relatie tot marktconformiteit.

Klooster
Het klooster ‘Maria ad Fontes’ is door de gemeente in het verleden aangekocht met als doelstelling om een toeristische meerwaarde te genereren voor Ootmarsum en Dinkelland. Door de economische crisis zijn de ambitieuze ontwikkelingspogingen met KWP mislukt. Het college gaat daarom nu uit van een kleinschaligere ontwikkeling met behoud van het bestaande gebouw. Voor het college staat vast dat hij vast wil houden aan de toeristische meerwaarde.